My Portfolio

On the way to school: Être et avoir in Oost-Turkije

Geplaatst door: istdasso op: oktober 24, 2009

‘Mijn hoofddoel is dat ze dit jaar Turks kunnen lezen en schrijven,’ zegt de jonge Turkse onderwijzer Emre. Zoals elke Turkse leraar moet hij het eerste jaar na zijn afstuderen les geven in Oost-Turkije, waar voornamelijk Koerden wonen die niet of nauwelijks Turks spreken. De taalbarrière en anti-Turkse tendens onder de Koerden maken dit tot een moeilijke klus. Maar Emre is gemotiveerd en gaat vol goede moed aan de slag.

De Westers ingestelde Emre heeft het vanaf het begin al moeilijk in het primitieve Koerdische dorp. Er is geen stromend water, hij moet op de eerste lesdag kinderen op straat op zoeken om te kijken waarom ze niet naar school komen en maar weinig dorpelingen spreken Turks. Toch komen er al snel kinderen naar het schooltje. Er is respect voor meester Emre, maar de taalbarrière maakt alles moeilijk. Kinderen naar hun namen en die van hun ouders vragen, neemt een lange tijd in beslag. ‘Het is alsof ik tegen een muur praat,’ zegt de jonge leraar als hij met zijn moeder telefoneert,’ ze verstaan niets van wat ik zeg.’ Maar Emre beschikt over een engelengeduld dat bijna vergelijkbaar is met dat van de Franse leraar Georges Lopez uit de gelauwerde documentaire Être et avoir. Emre blijft zijn leerlingen in het Turks opdrachten geven, leert hun letter voor letter de klanken van de Turkse taal en corrigeert elk woord dat de kinderen fout uitspreken. Plichtsgetrouw leert hij de jongste kinderen hun eerste Turkse woorden opschrijven en laat hij de vierde klassers de Turkse eed opzeggen.

Naast het boeiende onderwerp draagt de vloeiende,gevarieerde vorm ook bij aan de kwaliteit van On the Way to School. Scènes van Emre voor de klas worden afgewisseld met telefoongesprekken met zijn moeder. Die telefoongesprekken zijn overigens een rode draad door de documentaire. De gesprekken, waarin Emre zijn frustratie over zijn werk uit, zijn voor de kijker een uitstekend middel om er achter te komen hoe de jonge docent zich voelt. De ontbrekende interviews met Emre zijn dan ook geen gemis. Ook het prachtige Turkse landschap wordt niet vergeten door de makers; de kijker wordt veelvuldig getrakteerd op wijdse shots van de omgeving.

On the way to school is een overzichtelijke documentaire. Er wordt niet alleen een jaar uit het leven van een leraar en zijn leerlingen getoond, maar ook krijgt de ingewikkelde Koerdische kwestie een menselijke kant.

Categorie:

Une Chanson dans la tete: Caprice redde een mensenleven, maar geen film

Geplaatst door: istdasso op: oktober 24, 2009

‘Bruno Caprice heeft mijn leven gered,’ zegt Randa Harfouche tegen haar pedicure. Ze zag de chansonnier,die eind jaren ‘70 een hit had met Quand tu t’en vas,tijdens de Libanese  oorlog optreden in een kelder, terwijl er buiten bommen ontploften. ‘Als ik daar niet was geweest, was ik nu dood geweest.’ Ook de pedicure heeft een speciale band met de zanger: ze luisterde als klein meisje naar Quand tu t’en vas toen er vertelt werd dat haar vader was gesneuveld in diezelfde oorlog.

Ondanks dat er al dertig jaren verstreken zijn, is Quand tu t’en vas nog steeds een begrip in Libanon. Maar de Franse Bruno Caprice is inmiddels een norse man op leeftijd. De roem is voorbij. Caprice werkt als receptionist in een hotel. Hij is vermoeid en bitter. Wanneer hij op een verjaardag een gitaar in handen krijgt gedrukt met het verzoek zijn oude hit te spelen, slaat hij het instrument kapot. Toch reist hij af naar Beiroet, waar hij op verzoek van Randa Harfouches echtenoot komt optreden. Hij zal, als verrassing, optreden op de verjaardag van Randa. Het is aandoenlijk om te zien hoe Caprice in Beiroet zijn norse zelf blijft. De Libanese muzikanten vindt hij niets. Zingen kan hij al helemaal niet meer en daarom duikt hij wanneer hij moet optreden bij een bikiniwedstrijd maar gewoon in het zwembad.

Une Chanson Dans La Tête doet erg seventies aan. Het gebruik van felle kleuren doet een beetje denken aan het werk van de Spaanse filmmaker Pedro Almodóvar. Helaas is dat, naast de enigszins bizarre ontvoering van Randa Harfouche, het enige Almodóvariaanse aspect aan de film. De film begint veelbelovend, met mooi gespeelde scènes en interessante verhaallijnen. Helaas worden deze interessante verhalen niet uitgewerkt. Zo wordt er te veel gefocussed op de eerder genoemde ontvoering van Randa Harfouche. Door de domme en vooral niet leuke ontvoerders, is dit oervervelend.

De ruim anderhalf uur die de film duurt is toch echt te lang. Het meest tragisch is nog wel dat zelfs hoofdpersonage Bruno Caprice kracht verliest en de film niet meer kan redden.

Categorie:

Hoewel Duitsers meesterlijke popmuziek in eigen taal produceren, blijft succes in Nederland uit. Is het dan echt die oorlog, waar onze generatie nauwelijks iets mee te maken heeft? Is er gebrek aan platform? Of draait het toch om de Duitste taal, die de meeste Nederlanders als ondragelijk ervaren?

Wir Sind Helden, de Duitse band die tijdens het WK in 2006 bekend in Nederland doordat NOS Studio Voetbal hun nummer Wenn Es Passiert aan het einde van het programma gebruikte, maakte twee jaar geleden een optimistische videoclip. Een animatie in de clip van hun Endlich Ein Grund Zur Panik laat zien hoe de Helden in de hitlijsten Engelstalige nummers voorbij vliegen en op nummer een komen te staan. Leuk idee, maar de titel van het lied zegt genoeg: Er is ein Grund zur Panik als het om Duitstalige popmuziek gaat. Hoe leuk we ook allemaal meeneuriede met Wenn Es Passiert tijdens het WK, het lied van de Helden was na twee weken verdwenen uit de Top 40, met nummer 36 als hoogst behaalde plaats. Op het moment komt Peter Fox met zijn Haus Am See stilletjes de hitlijsten binnen. Maar hoe lang zal hij er blijven en hoe ver zal hij komen? Want een Duitser, dat is één. Maar als hij dan nog eens in zijn eigen taal zingt, is de gemiddelde Nederlander er al bij voorbaat klaar mee.

‘Wij hebben niets met Duitsland,’ stelt muziekjournalist Theo Ploeg. Volgens Ploeg, tussen 2004 en 2007 woonachtig in Duitsland en kenner op het gebied van Duitse muziek, heeft het met name met cultuur te maken dat wij Nederlanders zacht gezegd niet weg zijn van de muzikale uitspattingen van onze Oosterburen. ‘Er klinkt altijd iets Europees door in Duitse muziek. Wij Nederlanders houden toch meer van Engels en Amerikaans geluid. Dat geldt niet alleen voor muziek; onze cultuur en economie zijn duidelijk Anglo-Amerikaans georiënteerd.’ Niet-Engelstalige muziek heeft het dus moeilijk. Niet alleen de Duitsers lijden hieronder. De Franse muziek krijgt ook al jaren geen stok meer tussen de deur bij de Nederlanders.

Wie in september 2007 bij het concert van Wir Sind Helden in Amsterdam aanwezig was, zal zich over dit sombere beeld verbazen. Ruim een jaar na het WK was een bomvol Paradiso de Helden nog niet vergeten. Nederlandse fans die de Duitse teksten volledig meezongen, geen tegengeluid van het publiek wanneer de bandleden tussen het spelen door praatjes hielden in het Duits en opvallend: gemopper op support act Polarkreis 18, inmiddels bekend door het hitje Allein Allein, die slechts enkele woordjes Duits zongen en het publiek veilig in het Engels toespraken.

Als Duitstalige band een Nederlandse zaal bomvol krijgen. Ja, helden zijn Wir Sind Helden zeker, want Duitstalige muziek in een uitverkochte zaal is een uitzondering op de regel. Theo Ploeg vertelt over het einde van de jaren ‘90, de tijd dat dit ook zo af en toe gebeurde. In die tijd werkte hij voor het tijdschrift Opscene en maakte een special over Duitse popmuziek. Blumfeld en Tocotronic waren eind jaren ‘90 kort populair in Nederland. Beide bands kwamen uit de Hamburger Schule. De Hamburger Schule is een genre dat in de jaren ‘90 ontstond vanuit punk, grunge en alternatieve popmuziek. Het genre kenmerkt zich door intelligente teksten in het Duits, met maatschappij kritische thema’s. ‘Het waren indiepopbands met een eigen gezicht,’aldus Ploeg. ‘De band Tomte heeft het nu overgenomen, maar de hoogtijdagen van dat specifieke genre liggen achter ons. Het komt vast wel weer terug, want muziekcultuur beweegt zich in golven.’

Hoe zit het dan met de thema-avonden als Berlin Ruft An, Ein Abend In Amsterdam en Im Westen Nichts Neues? Die avonden zijn toch redelijk succesvol en draaien toch om Duitse muziek? Daar zit een kern van waarheid in. Maar de festivals programmeren, op een aantal uitzonderingen na, toch vooral electro en dance. Muziek waarbij tekst, en dus Duitse tekst, niet erg belangrijk zijn. De festivals borduren vooral voort op de dancescene die in Berlijn, op het meest een van de meest toonaangevende steden in de wereld, hip is. De programmering van de festivals valt niet zo in de smaak bij Theo Ploeg. ‘Ik vind de programmering niet exemplarisch voor wat er in Duitsland gebeurt. Daarbij ligt de nadruk heel erg op muziek zonder tekst. Dat is in Nederland natuurlijk “hip”.’

Is er hoop? Volgens Ploeg zal Duitstalige muziek in Nederland nooit een groot succes worden. Door de taal en Anglo-Amerikaanse focus, maar ook door gebrek aan media aandacht. ‘Er is een medium als een blog nodig voor Duitse muziek, met fragmenten van bands en video’s. Zo kun je, door gericht ermee te adverteren bij potentieel interessante lezers, iets teweeg brengen. Want ondanks web 2.0 komen mensen echt niet in aanraking met nieuwe muziek, wanneer ze niet weten als het bestaat.’

Categorie:

Carmen meets Borat: Bizarre ontwikkelingen in een Roemeens dorp

Geplaatst door: istdasso op: juli 8, 2009

“Ik kan misschien iets groots doen als ik hier weg ga,” mijmert de Roemeense Ionela Carmen. Het liefst wil ze naar Spanje, daarom gebruikt ze het liefst haar tweede naam: Carmen. Ze woont in het modderige Glod, een dorpje met zandweggetjes en zonder stromend water. Haar vader heeft een winkel en een bar, waar heel het dorp in en uit loopt. Carmen heeft het goed, maar wil weg. Ze heeft Spaans geleerd met behulp van Spaanse soaps op de televisie en is ervan overtuigd dat er in het buitenland mooie dingen zijn.

Documentairemaakster Mercedes Stalenhoef ontmoette Carmen tijdens een vakantie in Roemenie. Ze raakte geinteresseerd in de dromen van Carmen en besloot haar te gaan volgen. Stalenhoef wist niet van te voren dat de Britse komiek Sascha Baron Cohen als Borat naar Glod zou komen en daar opnames zou maken voor zijn film. In het begin van de documentaire ligt de focus dan ook op het dagelijks leven en de dromen van Carmen. Je ziet haar zwijmelen bij Spaanse soaps, kibbelen met haar moeder, werken in de winkel van haar ouders en mijmeren over met wie ze moet trouwen.

Het verloop van de documentaire is chronologisch en dus is de overgang van Glod voor Borats komst en Glod na Borats komst des te groter. De inwoners van Glod willen geld als ze gefilmd worden en zijn onder de indruk van ´die filmploeg uit Amerika´. Wanneer de Glodianen erachter komen dat Borat ze heeft afgeschilderd als achterlijke Kazachstanen, zijn ze woest. Het dorp wordt overspoeld door cameraploegen van de Roemeense televisie, maar ook door het Amerikaanse ABC en het Duitse ZDF. Er heerst complete chaos in Glod. De dorpelingen hebben het vertrouwen in cameraploegen totaal verloren. De advocaten Michael Witti en Ed Fagan krijgen lucht van de zaak en willen Borat aanklagen. Ion, Carmens vader, heeft het beste voor met het dorp en besluit met de advocaten mee te werken zodat er geld binnenkomt om het dorp te verbeteren. Er komt echter nooit een rechtzaak en wederom voelen de Glodianen zich voor lul gezet.

De kracht van Carmen Meets Borat ligt in de balans. Tijdens de Borat gekte gaat Carmens persoonlijke leven gewoon door. Stalenhoef laat de ontwikkelingen op beide gebieden zien, zonder dat het verwarrend wordt. Maar de film is vooral een succes vanwege de markante persoonlijkheden die in het dorpje Glod wonen, de observerende Carmen en de absurditeit van de gebeurtenissen. In een speelfilm was dit alles te bizar geweest, maar de authenticiteit maakt het alles goed. Des te spijtiger is het feit dat de dvd geen extra´s bevat.

Last.fm hysterie

Geplaatst door: istdasso op: juni 27, 2009

Last.fm is meesterlijk. Als een wiskundige na mijn dood allerlei ingenieuze berekeningen gaat maken, blijkt waarschijnlijk dat ik in totaal een jaar of vijf van mijn leven heb verspild op deze muziekwebsite.

In 2005 had ik al Last.fm . Het hebben van een Last.fm-account was toen alleen nog voorbehouden aan computernerds, want je moest er allerlei ingewikkelde programma’s en plugjes voor installeren. Ik was ben geen computernerd,maar vriendin K. wel. Zij was dan ook degene die het hele Last.fm gebeuren voor me installeerde. Dat had nogal wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk lukte het en werd er bijgehouden welke muziek ik luisterde en voorzag Last.fm mij van “recommendations”. Ik vond het leuk. Zo leuk dat ik alleen maar hysterisch en enthousiast allerlei dingen aanklikte, waardoor het programma er op de een of andere mysterieuze wijze mee ophield. Dan moest ik vriendin K. bellen, die dan zuchtend achter mijn computer plaats nam om de boel weer aan de praat te krijgen. Gelukkig is het nu simpel en kan je een kant een klaar pakket downloaden dat meteen je luistergedrag regisreert. Erg praktisch, zeker aangezien vriendin K. en ik nu zestig kilometer van elkaar vandaan wonen.

Muziek luisteren op je computer, dat laten registreren door een site en dan heel de dag bekijken wat je hebt beluisterd betuigt natuurlijk van een enorm ego. Ik heb een groot ego en mijn Last.fm-gedrag gaat dan ook ver. Laatst kwam ik erachter dat je ook kunt kijken wat je jaren geleden luisterde, tot op de track en minuut nauwkeurig. Een uur lang heb ik zitten analyseren wanneer en waarom ik welke liedjes luisterde (Ohja, toen hoorde ik dat ik misschien zou blijven zitten, vandaar dat ik toen intens treurige muziek aan had staan). Als ik hard gedreun hoor aan de andere kant van de muur, kijk ik even op Last.fm welke muziek dit geluid veroorzaakt, want mijn huisgenoot is ook een verslaafde. Wanneer ik een artiest heb zien optreden, hang ik er meteen een “seen live” tag aan. Omdat ik al twee jaar lang eigenlijk alleen maar theaterconcerten van Ellen ten Damme bezoek, tag ik dus niet veel, maar het gaat om het idee. En een aantal weken geleden betrapte ik mezelf er op dat ik een concert dat ik in november had bezocht nog even toevoegde aan mijn evenementen kalender. Want stel je voor dat die niet zou kloppen!

Oi Va Voi laat nieuwe plaat horen in Tivoli

Geplaatst door: istdasso op: juni 27, 2009

Klezmer met een beat, gecombineerd met Arabische ritmes en Balkan-geluiden, dat is Oi Va Voi (Jiddisch voor “Oh Lieve God”). Ter promotie van het nieuwe album Travelling The Face Of The Globe, trakteerde de Britse band ons op een vijf daagse mini-tour door Nederland. Vrijdag 19 juni was het Utrechtse Tivoli aan de beurt.De band neemt uitgebreid de gelegenheid de nieuwe plaat ten gehore te brengen. Wat vooral opvalt is de lange adem van zangeres Bridgette Amofah. Maar ook de muzikanten van de band hebben genoeg ruimte om hun kwaliteiten te showen. Men neemt de tijd voor instrumentale solo’s en diepgang. Wat vooral bij blijft is violiste Anna Phoebe. Met haar verleidelijke bewegingen en zwoele blik, weet zij de klassieke viool te veranderen in een sexy instrument.Aan het einde van de set en in de toegift is het tijd voor oudere nummers. Het publiek wordt zo mogelijk nog enthousiaster dan zij al waren en zingen de teksten woord voor woord mee. Vooral Yesterday’s Mistakes en Refugee, beide afkomstig van het album Laughter Trough Tears uit 2007, worden zeer gewaardeerd. Zelfs nadat de band toch echt het podium verlaten heeft, brengt het publiek tezamen nog de klanken van Refugee ten gehore. Luid boven de harde muziek van de dj uit.

Oi Va Voi (19 juni 2009)
Tivoli Oudegracht, Utrecht

Helpende hand in thuissituatie in plaats van uithuisplaatsing

Geplaatst door: istdasso op: mei 28, 2009

AMSTERDAM – ‘Weg met de Raad voor de Kinderbescherming!’ Een gedurfde uitroep van Vrij Nederland journalist Stephan Sanders, die gisterenavond in de Rode Hoed het debat “gemiste kansen in de jeugdzorg” leidde. Sanders doelde hiermee op de mogelijkheid om het aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen te halveren. Volgens diverse deskundigen kan dit worden bereikt door meer te helpen in de thuissituatie. De Raad voor de Kinderbescherming is het hiermee eens. Hoe ze dit gaan aanpakken is echter nog niet bekend.

De centrale vraag tijdens het debat was dan ook hoe het bereikt kan worden deze drastische maatregelen minder in te zetten. Adri van Montfoort, lector jeugdzorg en jeugdbeleid aan de Hogeschool Leiden, vindt vooral dat kinderen niet meteen uit huis moeten worden geplaatst. ‘Zaken als die van Savannah,het meisje van Nulde en het Maasmeisje hebben ervoor gezorgd dat er te snel justitieel wordt ingegrepen,’aldus Van Montfoort. ‘De maatregelen zijn soms te drastisch.’ Van Montfoort is van mening dat de overheid, namens wie de Raad voor Kinderbescherming opereert, zich moet bezighouden met de vraag of de opgroei situatie van kinderen goed genoeg is. Zij moeten onderzoeken of de situatie zich onder de ondergrens zit. Als dit het geval is,moet er ingegrepen worden. ‘Maar,’zegt Van Montfoort,’er moet eerst worden gekeken of het probleem kan worden opgelost in de thuissituatie.’

Marie-Louise van Kleef, directrice van de Raad voor de Kinderbescherming, stelt dat het de tijdgeest is dat de samenleving vindt dat er snel drastische maatregelen moeten worden genomen. De problemen doen zich ook voor vanwege het feit dat er veel meer meldingen van mishandeling worden gedaan via het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK). ‘Er komen nu kinderen binnen die eerst niet zichtbaar waren,’aldus Van Kleef. Jan-Dirk Sprokkereef,directeur van Bureau Jeugdzorg Friesland, noemt het een goede zaak dat ze nu iets voor deze kinderen kunnen betekenen. Sprokkereef vindt het moeilijk te zeggen hoe het aantal drastische maatregelen moet worden terug gedrongen. ‘Hierin zijn geen makkelijke besluiten. Het is altijd een verhouding van 51 procent en 49 procent.’ Aldus Sprokkereef. Hij benadrukt dat kinderbescherming geen wetenschap is. Bij een eventuele uithuisplaatsing moet er ook gekeken worden naar het karakter van het kind,hechting en de verbeterkans van de situatie.

Volgens Tofik Dibi,Tweede Kamerlid voor Groen Links,zou het al heel wat helpen als de Raad voor de Kinderbescherming en het AMK samen gaan.’ En het gaat erom hoe je binnen komt,’ stelt Dibi. Dibi is van mening dat de Raad van Kinderbescherming binnen moet komen als helpende hand. ‘Binnen komen met “zo,wij gaan uw kind afpakken”, dat werkt niet.’ Ook vindt Dibi dat er opgelet moet worden hoe er om wordt gegaan met allochtone Nederlanders. Binnen die gemeenschappen heerst er een taboe op hulp bij de opvoeding. Buiten voeden de politie agenten en leraren op,maar binnen zijn de ouders, met name de vaders, de baas.

Anita Leeser,voormalig kinderrechter,pleit voor minder bureaucratie bij de betrokken instanties. De medewerkers moeten vooral bij de mensen thuis komen. ‘Er moet één persoon waar het kind continu op kan vertrouwen. Er is te veel verloop van gezinsvoogden.’ Evelien Barbiers,werkzaam in de beroepspraktijk,deelt deze mening: ‘We moeten ons weer gaan afvragen hoe we de Jeugdzorg weer bij de jeugd krijgen.’

De wondere wereld van de boekverfilmingen

Geplaatst door: istdasso op: mei 28, 2009

John Malkovich die herhaaldelijk en indringend “It’s beyond my control” zegt tegen Michelle Pfeiffer in Dangerous Liaisons. Jan Decleir die als Dreverhaven talloze gezinnen hun huizen uitzet in Karakter. Javier Bardem als koudbloedige huurmoordenaar met merkwaardig kapsel in No Country For Old Men. Een met katten pratende Carice van Houten op de daken in Minoes. Wat deze filmscènes gemeen hebben? Ze zijn allemaal ontstaan vanuit boeken.

In 2008 waren er alleen al in de Nederlandse bioscopen honderdenelf boekverfilmingen te zien. Daar boven op kwamen nog eens acht adaptaties van korte verhalen en vijf verfilmingen van strips. Boekadaptaties werden overladen met prijzen: No Country For Old Men – geregisseerd door Joel en Ethan Coen, naar de gelijknamige roman van Cormac McCarthy – leverde vier Oscars op, het door Mijke de Jong verfilmde Het Zusje van Katia sleepte twee Gouden Kalveren in de wacht en José Padilha won voor de verfilming Tropa de Elite – een sociologisch boek van Luiz Eduardo Soares over de strijd tegen drugsmaffia – de Gouden Beer op het film festival van Berlijn.

Ook over bezoekerscijfers hebben boekverfilmingen niets te klagen. Als we naar Nederlandse boekverfilmingen kijken, zien we dat deze films goed scoren. Neem Oorlogswinter, naar het boek van Jan Terlouw. Na vier maanden kon de film de 800 duizendste bezoeker verwelkomen. Ook Brideflight – goed voor zo’n 330 duizend bezoekers – en De Brief Voor De Koning – 300 duizend bezoekers – laten zien dat boekverfilmingen zeker lucratief zijn.

Het klinkt alsof het verfilmen van boeken alleen maar over rozen gaat,maar schijn bedriegt. In de werkelijkheid hebben filmmakers die boeken verfilmen te maken met het nemen van moeilijke beslissingen en ernstige kritiek van recensenten en publiek.

Het standaardwerk Film Scriptwriting: A practical Manual wijdt een aantal pagina’s aan de adaptatie. Volgens schrijver Dwight S. Swain is het meest ingewikkelde aan boekadaptatie het feit dat er zo drastisch gekort moet worden. ‘Een roman telt misschien vijfhonderd pagina’s, een film moet naar 90 minuten worden gekort,’aldus Swain. Swain geeft drie theorieën over hoe een boekverfilming aangepakt kan worden. Het boek kan worden gevolgd, maar het script kan ook geschreven op basis van sleutelscènes uit het boek. Een andere mogelijkheid waar filmmakers veel gebruik van maken, is een origineel scenario schrijven wat losjes gebaseerd is op een boek.

Bij verfilmingen die gebaseerd zijn op sleutelscènes komt het ook voor dat de scriptschrijver van het boek afwijkt en zelf scènes verzint. Deze scènes kunnen gezien worden als de lijm die de belangrijkste scènes uit het boek aan elkaar plakken. De sleutelscènes worden door de scenarist op volgorde gezet. Hierdoor komt het vaak voor dat boeken binnenste buiten worden gekeerd. Een goed voorbeeld hiervan is de De Passievrucht van Karel Glastra van Loon. Armin Minderhout komt erachter dat hij onvruchtbaar is.  Zijn overleden vrouw Monika moet hem bedrogen hebben,want ze hebben samen een zoon. Geobsedeerd begint hij een zoektocht naar de biologische vader van zijn zoon Bo. Net als het boek is de film niet chronologisch. Maar terwijl in het boek pas tegen het einde bekend wordt dat Ellen, Armins huidige vriendin, weet wie de vader van Bo is, wordt dat in de film meteen nadrukkelijk vertelt door Armin, in de vorm van een voice-over.  Er blijft op deze manier spanning in het verhaal,maar op een andere manier dan in het boek. De lezer van het boek vraagt zich af wie de vader van Bo is. De kijker van de film doet dit ook,maar wacht tegelijkertijd op het drama van de onthulling, die als het zwaard van Damocles boven de hoofden van de personages hangt.

Bij verfilmingen die slechts losjes gebaseerd zijn op een boek worden hele boeken omgegooid. Een scenarist gaat hetzelfde te werk als dat hij vanuit het niets een synopsis bedenkt, hij houdt alleen het idee van het boek in zijn achterhoofd. Verder bepaalt hij zelf welke invalshoek hij gaat gebruiken, welke elementen van het verhaal hij wil gebruiken, welke scènes het meest krachten kunnen zijn en welke scènes dit alles bij elkaar kan houden. Volgens Swain is het vooral belangrijk om je af te vragen wat ‘filmable’ is. ‘ Een roman kan gedachten bevatten, er kunnen zich monologues intérieurs ontwikkelen, er kunnen hele geschiedenissen verteld worden,de romanschrijver kan oneindig veel zijwegen in slaan en subplots bedenken. De scriptschrijver kan dat zich niet permitteren.’

 Bij de verfilming van Dan Brown’s The Da Vinci Code,reageerden recensenten vooral positief op de manier waarop regisseur Ron Howard veel flashbacks in de film had kunnen krijgen zonder dat het saai werd. Anderzijds waren recensenten van mening dat de personages te lange en ingewikkelde monologen hielden om maar zo veel mogelijk theorieën uit het boek uit te kunnen leggen. ‘A “Da Vinci Code” that takes longer to watch than read’, schreef New York Times journalist Anthony O. Scott over de adaptatie.

Peter Verstraten schrijft in zijn boek “Kernthema’s in de filmwetenschap” dat er niet zoiets is als een handleiding voor het maken van een boekverfilming. Hij stelt dat de theorie van de adaptatie uit casussen bestaat.

Verstraten vindt dat er bij een verfilming een nieuwe context moet zijn. “Een hedendaagse film berust op andere normen en waarden dan een achtiende-eeuwse roman.” Sommige situaties eisen dan ook een verschillende aanpak. Bijvoorbeeld doordat er in Hollywood een grote “happy end cultuur” heerst, kan een boekverfilming er daar heel anders uit zien dan in de Europese filmhuis sector.
Verstraten is verder van mening dat adapteren iets anders is dan kopiëren. “Men kan niet de procedés van de tekst overnemen,maar het moet aangepast worden aan de eigenheid van het medium.”

Kortom,de beroemde woorden van regisseur en acteur Orson Welles kunnen dit alles samenvatten: ‘Als je niets nieuws te zeggen hebt over een bestaande tekst, waarom zou je die dan überhaupt willen adapteren.’

Lars von Trier,de kerk en de schandaalfilm

Geplaatst door: istdasso op: mei 21, 2009

Dit stukje gaat over hoe Lars von Trier (Satan) de boel op stelten zet in de kerk (Cannes).

Tussen al het Hollywoodgezeik door,worden in Cannes ook wel eens films vertoond. In zalen. En als je Lars von Trier heet,mag je in een zaal. Als je Pierre de la Cannard heet en een goede film hebt gemaakt, betaal je 400 euro en wordt je film op de filmmarkt vertoond. Gisterenavond bij het Cannes journaal op Nederland 2 zagen we al dat de echte filmnerds hun tijd op de markt doorbrengen. Geen door hotemetoten voorgebakken programma, maar lekker op reis naar het onbekende. De triomf is des te groter als je op deze manier een juweel van film ontdekt.

Terug naar Lars von Trier. Hij vloekt in de kerk. Zijn film Antichrist is zondag vertoond en heeft het stempel “schandaalfilm” gekregen. De film gaat over een stel (gespeeld door de bloedmooie Charlotte Gainsbourg en William “met hoofd tussen de draaideur gezeten” Dafoe) die naar een huisje in het bos gaan om de dood van hun kind te verwerken. Om het even kort samen te vatten: Daar worden ze gek en gebeuren er nare dingen. En nu zijn er mensen boos. Die mensen zijn vooral filmjournalisten.

Op Youtube is een filmpje te vinden van de persconferentie rond Antichrist. “Will you please,for my benefits,explain and justify why you made this movie?” Vroeg een journalist. Von Trier, ook niet van gisteren, antwoordde dat hij niets hoeft te rechtvaardigen. Daarop werd de journalist chagrijnig en begon te mekkeren: “Yes,you do! This is the Cannes film festival and you brought your film here. You have to explain why you made it.” Dan klinkt er een bescheiden applausje van enkele medestanders en begint Von Trier te stotteren. De kern van zijn antwoord: Ik denk niet dat ik mezelf hoef te excuseren voor het maken van deze film. Jullie zijn mijn gasten en niet andersom.

“This is the Cannes film festival.” De nadruk lag op het woord “the”. Zullen we eens beginnen met relativeren? Het zijn vooral de media geweest die Cannes tot “thè Cannes film festival” heeft gemaakt. Nu maakt Lars von Trier iets schokkends en gebruikt men het argument “this is thè Cannes film festival”. Te laf om toe te geven dat je Antichrist niet om aan te zien vond. Te lui om daar zelf een argument voor te verzinnen. Toch handig,dat je je dan op zo’n prestigieus (of pretentieus,het is maar net hoe je het bekijkt natuurlijk) festival bevindt. Het is vrijwel zeker dat deze man op het film festival van Rotterdam compleet krankzinnig zou worden. Als hij daar iedere regisseur die een schokkende of smerige film zou maken aan een kruisverhoor moest onderwerpen, zou hij in extreme tijdnood komen.

Nieuwsgierig door het gebabbel van al die journalisten, geïntrigeerd door het fragment waarin de vrouw beweert dat de natuur satans kerk is en mijn eeuwige liefde voor de hoofdrolspeelster maakt nu dat ik deze film heel graag wil zien. Het feit dat ik niet tegen dit soort films kan wordt problematisch. Bijvoorbeeld die scène waarin volop in beeld wordt gebracht hoe de genetaliën van het door Charlotte Gainsbourg gespeelde personage worden verminkt. Hoe ga ik dat overleven?

Misschien zing ik dan heel hard woorden uit een liedje dat Charlotte Gainsbourg een aantal jaren geleden maakte. Woorden die ik sinds het lezen van alle artikelen over Antichrist letterlijk opvat: “Our love goes under the knife.”

Categorie: ,

Suikerfeest een nationale feestdag: Ja of nee?

Geplaatst door: istdasso op: april 23, 2009

Er wonen vandaag de dag ongeveer een miljoen moslims in Nederland. Een miljoen mensen, die allen geloven in Allah en trachten te leven naar de vijf zuilen. Een van die vijf zuilen is deelnemen aan de vastenmaand de Ramadan. De Ramadan wordt gevolgd door het Suikerfeest, de dag dat de islamieten vieren dat de Ramadan tot zijn einde is gekomen. Moet deze feestdag, nu er zoveel moslims in Nederland zijn, worden verheven tot nationale feestdag?

De Ramadan is voor moslims een jaarlijkse terugkerende maand in het jaar waarin zij moeten vasten. De Ramadan is de negende maand in het islamitsche jaar. Dit omdat de negende maand de maand was waarin Allah de koran beschikbaar stelde. De loop van het islamitische jaar wordt bepaald door de stand van de maan. Traditioneel begint de Ramadan als twee geleerden in de islam de nieuwe maan aan de hemel ontdekken. De Ramadan heeft daarom geen vaste datum.

Tijdens de Ramadan mogen moslims tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten, drinken, roken of seks hebben. De Ramadan is bedoeld om het lichaam te beheersen en de onderlinge band tussen de mensen te versterken. Ook is het zo dat de rijke moslims eraan herinnerd worden hoe het is om honger te hebben en om arm te zijn. Zo zijn zij als het ware solidair met hun armere medemens.

Het suikerfeest wordt direct gevierd na het einde van de vastenmaand. Het feest heet in het Arabisch Eid al fitr,wat letterlijk ‘feestdag ter gelegenheid van het breken’ betekent. Hiermee wordt het breken van het vasten bedoeld. Tijdens het suikerfeest wordt er uitbundig gegeten met families uit de eigen gemeenschap. Men geeft elkaar cadeaus en geld. Ook moet men geld aan de moskee schenken en arme mensen voedsel toekennen. Het feest duurt zo’n drie dagen,al is dit niet overal hetzelfde. In Nederland wordt Eid al fitr trouwens Suikerfeest genoemd doordat er tijdens het feest erg veel zoetigheid gegeten wordt.

In september gaf staatssecretaris Tineke Huizinga van Verkeer (ChristenUnie) in het tv-programma Knevel & Van den Brink te kennen dat ze zich wel kon inbeelden dat het Suikerfeest een nationale feestdag wordt, mits de moslims een grotere groep in Nederland vormen. Drie jaar eerder bleek uit een peiling dat één op de vijf Nederlanders hier voorstander van is.

De 18-jarige Sharon Jurhill is student Toerisme en van Indonesische afkomst. Ze is moslim en doet als sinds haar negende mee aan de Ramadan. Ze ziet het wel zitten, de Ramadan als nationale feestdag. Jurhill: ‘Ik vind dat eigenlijk het Suikerfeest geïntegreerd moet worden in de Nederlandse samenleving. Iedereen in Nederland mag wel kerst vieren terwijl ze niet gelovig zijn, waarom dan ook niet alleen kerst voor de gelovigen?’ Het lijkt haar ook praktisch als het Suikerfeest wordt verheven tot nationale feestdag. ‘ Het is anders ook altijd zo’n moeite om vrij te vragen aan een baas of leidinggevende die er misschien geen begrip voor heeft en je dus geen vrije dag geeft. Als het wettelijk bepaald is, heeft deze baas niets meer te zeggen.’

Voor Jurhill is het Suikerfeest wat Kerst voor de meeste Nederlanders is. ‘Suikerfeest wordt alleen veel uitbundiger gevierd. We beginnen de dag meestal ’s ochtends met een gebed en dan gaan we naar de Indonesische ambassade om te eten. Nadat we hebben gegeten en de functionaris van de ambassade heeft gesproken, gaan alle Indonesiërs bij elkaars vrienden, familie, kennissen op bezoek. Dan wordt er gegeten en gepraat, een heel gezellig geheel.’ Jurhill en haar familie beperken het vieren van het einde van de Ramadan niet tot alleen de drie dagen van het Suikerfeest. Jurhill:’Het langs familie en vrienden ‘touren’ om te eten en dergelijken, duurt meestal zo’n drie weken.’

Daro Halabjayi is student en oorsponkelijk afkomstig uit Koerdistan. Hij herinnert zich nog goed hoe het Suikerfeest werd gevierd toen hij nog met zijn familie in Koerdistan woonde. Ze aten ’s ochtends gezamelijk met de familie en de kinderen kregen geld van hun ouders. De kinderen mochten daarna naar de kermis en werden er bezoeken gebracht aan familie. Halabjayi: ‘Hier in Nederland is het heel anders. Vaak moeten moslims op hun feest naar werk op school.’

Halabjayi voelt obstakels wanneer hij en zijn familie het Suikerfeest willen vieren. Door de obstakels die Halabjayi tegen komt, vindt hij het soms een stuk minder gezellig het Suikerfeest te vieren. ‘Toen we nog in Koerdistan waren was het heel anders. We hadden vrij van school en iedereen vierde het feest samen. Hier is het heel anders. Mijn ouders moeten werken, ik en mijn zusje moeten naar school, families kunnen niet bij elkaar langskomen. Het is echt proberen het feest te vieren, maar ik kan wel zeggen dat het nauwelijks lukt.’

Voor Louis Warmenhoven, unithoofd huishouding in het Haagse Hagaziekenhuis, die vijftien islamitsche werknemers in dienst heeft,is het wat lastiger. Zijn islamitische werknemers krijgen met het Suikerfeest geen dag vrij cadeau, maar moeten gewoon verlof opnemen. ‘Afhankelijk van het rooster krijgt iemand al of niet vrij. Mensen vragen wel verlof aan, maar gezien het aantal medewerkers die aan de Ramadan doen kan niet elke verlofaanvraag worden gehonoreerd.’

Warmenhoven stelt dat het idee om het Suikerfeest tot nationale feestdag uit te roepen misschien wel een goed idee is, maar dat het praktisch wat lastig kan zijn. ‘Men weet niet wanneer de Ramadan begint. Ook komt het vaak voor dat het suikerfeest voor de Turken op een andere dag valt dan het feest van de Marokkanen.’ Sharmila Dharampal, Warmenhovens Hindoestaanse secretaresse die tijdens het gesprek binnenkomt,merkt op: ‘En het lichtjesfeest? Wordt dat ook een nationale feestdag?’